Categorie archief: Columns

Zeven taalfouten is fataal

Het Centraal Eindexamen (CE) zit er voor de meeste middelbare scholieren weer (bijna ) op. Als je op een Nederlandse school zit, dan hoort examen in het Nederlands er sowieso bij.
Hoewel de taaltoepassing en het correcte schrijven van het Nederlands heden ten dage ‘niet om over naar huis te schrijven is’, blijkt juist Nederlands voor menig scholier subiet een struikelblok. Iris van Erve, docent Nederlands, vraagt zich – mijns inziens – terecht af of spelling juist zo zwaar moet worden meegewogen bij de taalvaardigheid van leerlingen (ND, 21 mei 2016).
Voor elke taalfout, ook als het antwoord verkeerd is, krijgt de eindexamenkandidaat puntenaftrek. Bij zeven taalfouten betekent dat maximale puntenaftrek voor spelling/taal.
Zeker bij havisten en Vwo’ers mag Nederlandse taal naar verhouding flink meewegen in de eindbeoordeling. Eloquente taalpuristen leveren de meeste scholen helaas niet meer af.
Dat is geen omissie van de onderwijsinstellingen, want de docenten aldaar doen hun uiterste best om nog enigszins wat taalgevoel mee te geven. Helaas – dat is alom bekend – is het correct toepassen van het Nederlands als ‘moedertaal’ enorm tanende. Het vocabulaire van menige jongere is soms schrikbarend. Echter ook in de media. Ook daar worden helaas nog tal van ongerechtigheden neergeschreven. De discussies onder de volgers van het Genootschap Onze Taal  (o.a. LinkedIn) zijn daarover nog steeds actueel.  Niet dat ik het beter doe, integendeel, ik maak ook nog geregeld fouten.
Net als Iris vind ik Nederlands echt heel belangrijk. Zeker als de studenten -na een universitaire studie een baan op managementniveau ambiëren. Zelf heb ik jarenlang als communicatiemedewerker bij een groot bedrijf gewerkt en was eindverantwoordelijk voor het personeelsblad en de externe media. Aan de diverse communicatiestagiairs op mijn afdeling heb ik het ook steeds ingehamerd: ‘Schrijven, spelling checken, nalezen, redigeren, nog eens door een ander laten lezen en dan pas publiceren.’

Er is echter nog wel iets wat mij nog wel intrigeert: in het artikel wijst Iris van Erve op ene Tugce, die excelleert bij een schrijfwedstrijd, waarvan zij (Tugce) winnaar is geworden.
Ik vermoed dat Tugce een allochtone leerlinge van haar is. Ik citeer: Wat voor kans heb je dan als je Tugce bent: thuis wordt nooit Nederlands gesproken, een Nederlands blad lees je niet, de televisie komt binnen via de satelliet.’
Nu ben ik toch heel benieuwd geworden naar wat Tugce op papier heeft gezet, want met zo’n achtergrond en situatie, lijkt mij dat een topprestatie: prachtig geschreven Nederlands, goede interpunctie en sublieme woordkeus, daar geniet ik van.

Taal blijft en blijkt toch voor velen een lastig fenomeen. Gisteren nog, moest ik een bijdrage corrigeren van een nieuwsbrief, waarin de auteur sprak over de BBQ. Vooruit, ik haal mijn hand over mijn hart. Dat is eigenlijk niet acceptabel, maar als het daarbij blijft….
Weten wij nog hoe je barbecueën correct schrijft?

 

_____________________

© Marius van Westland, 21 mei 2016, 493 woorden
Reacties op mijn schrijfsels stel ik altijd op prijs

N.B. Het artikel in het Nederlands Dagblad, waaruit ik citeerde, heeft de titel:
‘Spelling weegt te zwaar bij het examen Nederlands’

Advertenties

17 miljoen mensen

iStock_000027021610_Medium_0Nederland heeft volgens het CBS vanaf nu 17 miljoen inwoners. Om 11.40 uur passeerde de teller van het Centraal Bureau voor de Statistiek de grens.  Even later viel het bevolkingsaantal weer terug naar 16.999.998. De minuten daarna bleef de teller rond de 17 miljoen schommelen. De 17 miljoenste Nederlander kan een baby zijn, maar de kans is groter dat nummer 17.000.000 een immigrant is, zegt het CBS. Het is ook niet onwaarschijnlijk dat de grens ergens in de Randstad is gepasseerd, want daar groeit de bevolking het hardst.

Het is alweer een tijdje terug, maar in 2001 ging Nederland de grens van 16 miljoen inwoners voorbij. De verwachting is dat – met de toenemende vergrijzing – de groei de komende jaren wat zal afnemen. Over een poosje komt ook de 18 miljoenste in zicht. Dan wonen we op dat moment wel in een erg dichtbevolkt landje, zeker als de stroom asielzoekers blijft aanhouden. Die volgende mijlpaal wordt volgens demografen naar schatting pas rond 2034 gehaald. Dus koppels (of moeders) die rond die tijd een baby verwachten, kunnen volop tegen die tijd met elkaar de wedloop aangaan.

Wat wel aardig is om te vermelden, de NOS op 3 maakte een animatie van de bevolkingsgroei sinds 1905. Lees daar meer over hoe de cijfers van die animatie verwerkt zijn.

Wie is nu echt de 17.000.000e inwoner? Armijn, Lindsy of Noah?
Ik las ergens een verhaal over ene Byron Eekhout. Hij had het tot op de minuut getimed. Met een schuin oog op de bevolkingsteller van het CBS op zijn mobiel stapte hij vanochtend het gemeentehuis van Nijmegen binnen om aangifte te doen van zijn donderdag geboren zoon Noah. De man wilde niets aan het toeval overlaten om ervoor te zorgen dat zijn zoon als de 17 miljoenste inwoner van Nederland zou worden geregistreerd… Hij zegt daarover: “Ik had eerder gehoord dat de 17 miljoen op 25 maart zou worden bereikt. Vanochtend las ik dat het vandaag al ging gebeuren, dus ben ik hem meteen gaan inschrijven.”
Uiteindelijk wist Byron Eekhout de aangifte zo te timen dat zijn zoon Noah in de basisadministratie werd geregistreerd vlak voordat de CBS-teller op 17 miljoen sprong.

Hij is natuurlijk niet de enige die hoopt de titel in handen te hebben. Zo is er in Brabant baby Armijn, nog maar net geboren. In Den Haag kwam vanochtend om 07.45 uur baby Lindsay ter wereld. “Of ze nou wel of niet precies de 17 miljoenste is maakt niet uit, voor mij is ze ruim 17 miljoen waard”, zegt vader Edwin.
Maar wie het precies is, maakt het wat uit? Over een poosje, maar dat duurt nog circa 18 jaar, komt ook de 18 miljoenste in zicht. Dan wonen we op dat moment wel in een erg dichtbevolkt landje, zeker als de stroom asielzoekers blijft aanhouden.

© Marius van Westland
21 maart 2016
Foto: © iStock

Associatieovereenkomst

Vorige week ontving ik een uitnodiging om weer als stembureulid te willen optreden op 6 april a.s. Die taak (zitting hebben op een stembureau) doe ik al enige tijd, om zo mijn maatschappelijke steentje bij te dragen aan de samenleving. Op 6 april wordt namelijk het referendum (volksraadpleging) over de Associatieovereenkomst van de Europese Unie met Oekraïne  gehouden. Dat heb ik niet bedacht, maar dat is ‘aangezwengeld’ door GeenPeil bij de referendumcommissie. De datum werd in oktober 2015 al bekend gemaakt, omdat er dan nog voldoende tijd is voor een publiek debat. Bovendien moeten gemeenten de tijd hebben om zich voor te bereiden. In de wet staat dat de datum moet vallen tussen 85 dagen en 6 maanden nadat de commissie heeft besloten dat het referendum kan doorgaan. Op 14 oktober jl. werd vastgesteld dat er genoeg geldige handtekeningen waren ingezameld. Voor een volksraadpleging zijn namelijk 300.000 geldige verzoeken nodig. Er waren ruim 472.000 handtekeningen gezet en volgens de Kiesraad voldeden er 427.939 aan alle voorschriften, dik voldoende dus.

Je zult je ongetwijfeld afvragen waarom wij in Nederland altijd op een woensdag naar de stembus moeten. De eerste reden is dat het kabinet  zo veel mogelijk mensen in de gelegenheid wil stellen om te stemmen, en kiest daarom voor een doordeweekse dag. Volgens de Kiesraad is de woensdag gekozen omdat veel stembureaus in basisscholen zijn gevestigd. De kindertjes en hun leerkrachten zijn op woensdagmiddag vrij en hebben er dan het minste last van. In het buitenland wordt vaak op zondag gestemd, maar die dag wordt in Nederland ongeschikt geacht vanwege de zondagsrust die (streng) gelovige kiezers in acht nemen.

Het wordt een stembiljet met maar één vraag. Geen gezoek tussen tientallen namen of een keuze tussen politieke partijen. Het kabinet wil simpel een voor of tegen van ons als kiezers horen. De referendumcommissie heeft zich gebogen over de vraag op het stembiljet. Die gaat luiden: “Bent u voor of tegen de wet tot goedkeuring van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne?” Een heldere, kort geformuleerde vraag.“Dit is het minimum aan aantal woorden dat we konden gebruiken, met een maximum aan duidelijkheid”, zei commissievoorzitter Medy van der Laan. Het antwoord mogen de mensen dus aankruisen met het rode potlood: Voor of Tegen (Ja of Nee). Dat is het dan.

Als ik het zo voorzichtig inschat, dan lopen nog weinig mensen warm om hun stem te laten horen. Menigeen weet nog nauwelijks wat het inhoudt en wat de gevolgen precies zijn. Ik ook niet. Wat betreft dat publieke debat: daar heb ik overigens nog weinig van vernomen, maar dat zal wellicht nog komen. In ieder geval kunnen we in de media al wel het één en ander lezen of de voor- en nadelen, voor of tegen dus. Het kabinet is voor, dat kan ook eigenlijk niet anders, omdat het kabinet die verkiezing min of meer geïnitieerd heeft. Wat het referendum precies inhoudt, daar moet ik mij – evenals duizenden anderen- nog helemaal in verdiepen. Tegenstanders zijn er namelijk bang voor dat het associatieverdrag een eerste stap is op weg naar EU-lidmaatschap van Oekraïne. Het kabinet is voorstander, maar of dat een verborgen agendapunt is, om straks de Oekraïne bij de Europese Unie binnen te halen, is de vraag. Het gaat er dus om wat de Europese burgers vinden van die samenwerking tussen Europa en de Oekraïne. Maar wellicht kennen wij nog niet alle ins en outs en wat de consequenties zijn. Hoe gaat het met alles in Europa? Misschien moeten we eerst even kijken naar de Zwitsers. Die mogen op 28 februari naar de stembus. Om zich uit te spreken over speculatie met voedselZwitserland is geen lid van de Europese Unie, maar is economisch verbonden met de EU, redelijk neutraal dus.

Wil je meer weten, dan kun je je hier bijvoorbeeld alvast inlezen:
http://www.europa-nu.nl/id/vh7dosdm4dzj/associatie_overeenkomst
http://www.europa-nu.nl/id/vjx8h2elrmhk/driehoeksverhouding_eu_oekraine_rusland

Ik ben benieuwd naar de opkomst op 6 april a.s. Volgens mij wordt het een rustig dagje bij alle stembureaus. In Leeuwarden, Maastricht, Assen en ook in Utrecht…

 

_____________________________
© Marius van Westland, 19 februari 2016
Reacties op mijn schrijfsels stel ik altijd op prijs

 

World Press Photo 2015

Een paar dagen geleden werd de winnaar van World Press Photo 2015 (documentaire fotografie) bekend gemaakt. Uit ruim 83.000 inzendingen, koos de jury deze foto van de Australische fotograaf Warren Richardson. Wat is er te zien op de foto? Op de grens van Servië en Hongarije geeft iemand een klein kind aan een man ( de vader) die aan de andere kant van de prikkeldraadversperring staat.

WorldPresPhoto

Deze plaat zal binnen de fotografiewereld best wat tongen losmaken, want de foto is onscherp en omgezet van kleur naar zwart-wit. De plaat is op ‘goed geluk’ genomen. Richardson zegt zelf daarover (aldus Het Parool):
„Ik was doodmoe en kon nauwelijks iets zien. Ik heb de foto bij maanlicht gemaakt.”
De Australische freelancefotograaf Warren Richardson – winnaar van de World Press Photo 2015 – fotografeerde in augustus vorig jaar, rond drie uur ’s nachts, een aantal Syrische vluchtelingen bij een grensovergang in de buurt van het Servische plaatsje Horgoš onderweg naar het Hongaarse dorpje Röszke.

Op het moment dat Richardson vader en kind vastlegde, was hij in Servië al vijf dagen non-stop bezig om grote groepen Afghaanse en Syrische vluchtelingen vast te leggen. „Ik volgde die avond een groep van zo’n tweehonderd Syrische vluchtelingen. Ze waren erg nerveus, ze probeerden met hun GPS uit te vinden waar ze de grens over konden gaan, ondertussen moesten ze uitkijken voor de Hongaarse politie. Op een gegeven moment hadden ze een gedeelte gevonden waar nog geen muur stond, het was afgezet met prikkeldraad.”

Richardson maakte de foto vanaf de Servische zijde, de man die zijn kind aanpakt, staat aan de Hongaarse kant. „Het was pikkedonker. Ik kon geen zaklamp gebruiken omdat we dan ontdekt zouden kunnen worden.” Hij maakte het beeld vanaf zijn buik omdat hij de camera, vanwege een lange sluitertijd, heel stil moest houden. „Ik heb op het moment zelf niet eens door de lens gekeken. En wat ik had gemaakt, heb ik pas later bekeken. Ik wilde op dat moment zoveel mogelijk foto’s maken en de batterij van mijn camera niet onnodig verbruiken.”

We zullen de publicaties in de media wel volgen, want mijn eerst indruk is dat de foto duidelijk het vluchtelingenprobleem laat zien. Aan de andere kant moet ik eerlijk zeggen dat ik eigenlijk wel van de jury een kwalitatief betere keuze had verwacht. Een foto die bij maanlicht met lange sluitertijd vanaf buikhoogte is gemaakt, kun je natuurlijk ook weer niet teveel bekritiseren.

Meer foto’s: http://www.worldpressphoto.org/

_______________________
© Marius van Westland, 17 februari 2016
Reacties op mijn schrijfsels stel ik altijd op prijs.

De papieren kerstkaart

De kerstkaartentijd is weer aangebroken. Voor sommige mensen is dat helaas het enige contactmoment met de naaste familie: ‘Hee, een kaartje van tante Katrien. Ze leeft dus nog’.  Wellicht is zo’n aha-erlebnis een geschikt moment om bij jezelf na te gaan of je zelf wel eerder in het jaar enige tekenen van leven hebt gegeven richting tante Katrien.

Het versturen van -papieren- kerstkaarten staat al enkele jaren onder druk. Gewoon omdat er vandaag de dag via internet enorm veel mogelijkheden zijn om digitale kerstkaarten te versturen. Dat laatste is wel zo gemakkelijk en het kost eigenlijk weinig geld en moeite. Diverse aanbieders van digitale kerstkaarten doen goede zaken.  Het aantal webshops waarin je zelf je digitale kaart kunt aanmaken en verpersonaliseren, is flink gegroeid. Er bestaan ook  aanbieders, waar je ‘gratis’ een kerstkaart kunt bestellen. Uiteraard zit daar dan een addertje onder het gras, want behalve de zon is bijna niets gratis op onze aardbol, neem dat maar van mij aan. Met het versturen van een – zo’n  ‘gratis’  kerstkaart, krijgt de aanbieder tal van informatie over de verzender en de geadresseerde. Daar is het vaak om te doen, want dat biedt mogelijkheden om je in een later stadium een mailing te sturen om daarmee bijvoorbeeld wat drukwerk te kunnen slijten. Dat kan weliswaar tegenwoordig niet zomaar meer. ‘SPAM’ versturen mag niet, maar handige jongens vinden altijd wel mazen in het net.

kerstkaartIk hoor steeds van meer mensen om mij heen dat ze het onzin vinden om dit jaar weer kaarten te gaan versturen. Het geld dat je hieraan uitgeeft kun je beter aan en goed doel geven, is hun redenering. Daar zit een kern van waarheid in.
Toch versturen wij al jaren kerstkaarten en wij maken ze zelf. Gewoon omdat we al onze vrienden, familie en kennissen een hart onder de riem willen steken, hen te laten weten dat we ze niet vergeten zijn, bovendien  hopen we dat de geadresseerde onze  inspanning waardeert en dat de werkelijke betekenis van Kerst: ‘Jezus is geboren‘ nog weer even in herinnering wordt gebracht.

Mijn echtgenote beleeft veel plezier aan het creëren van die kaarten en soms lever ik daaraan ook mijn aandeel in de vorm van een foto of illustratie of domweg het maken van x- zoveel kopieën. Dat is dan wel weer leuk voor ‘Tante Pos’, want nog steeds zijn het toptijden – en ruime inkomsten- voor het postbedrijf in de decembermaand.

Bovendien, bedenk ik mij nu opeens: heel veel mensen beleven er enorm veel plezier aan om hun creativiteit vorm te geven om juist voor ‘tante Trien’ of ‘Ome Gerrit’ een op maat gemaakte kerstwens te versturen. Niet alleen wij, maar duizenden mensen maken al jaren dus hun ‘eigen’ kerstkaarten. Ze hopen erop dat de geadresseerden (familie, vrienden en kennissen), hen niet vergeten zijn en zij reiken hen dus  een persoonlijk boodschap aan. Ze zijn soms dagen aan het knippen, plakken, tekenen en vormgeven.  Dat kun je hen niet ontnemen. Velen zijn al in het begin van de herfst bezig om hun creatieve kaarten in elkaar te ‘knutselen’. Zelf stel ik ook zo’n gepersonificeerde kaart altijd op prijs.

Kerstwensen komen uit de Middeleeuwen, op het Europese vasteland werden er al houtsnijwerken met religieuze kerstuitbeeldingen aangeboden aan geliefden of kasteelheren. Het versturen van kerst- en nieuwjaars wensen komt eigenlijk uit de 19e eeuw. In 1843 maakte de Engelse tekenaar John Collcott Horsley de eerste kerstkaart met daarop de tekst:
‘A Merry Christmas and a Happy New Year to You’.

Naast het versturen van een fklink pakket kaarten aan vrienden en familie, ontvangen wij er meestal ook wel een flink aantal. Gisteren viel er een kaart bij ons – tussen diverse andere – in de brievenbus, waarvan de afzender ontbrak. Het is natuurlijk erg plezierig als je zo’n kaartgroet ontvangt, maar gissen naar de afzender blijft uiteraard een hele puzzel. Gelukkig is er dan tegenwoordig de ‘kracht’ van Facebook. Mijn eega plaatste een oproep met de strekking: ‘Wie heeft er een dergelijke kaart verstuurd, een kerstman op een rendier, afgestempeld in Rotterdam?’ Het antwoord kwam al vrij spoedig van een nicht uit het zuiden van het land: ‘Oeps dan vrees ik dat onze namen daarop moeten. Sorry die is dan van ons.’.
Ach, het geeft ook niet, want wij zijn heel blij met al die mooie en gemeende kerstgroeten en ook die ene kaart zonder naam, we zijn er erg content mee.

Ik houd het er gewoon op dat het in de haast vergeten is, want ook andere familieleden ontvingen dezelfde kerstgroet.
December is nu eenmaal een drukke tijd. En de les die de afzenders eruit kunnen leren?  Volgend jaar december niet vergeten:
Als je kerstkaarten verstuurt, is het wel handig om je eigen naam (namen) te vermelden.

__________________________________
Marius van Westland, 18 december 2015
Reacties op mijn schrijfsels stel ik op prijs.

Zender en ontvanger

Communicatie is een interactie tussen twee partijen, de zender en de ontvanger, zoals ze dat noemen. De zender heeft iets te vertellen (een boodschap) en de ontvanger gaat daar wat mee doen: luisteren, verwerken, terugkoppelen (feedback geven) en (eventueel) actie ondernemen. Over het begrip communicatie en het communicatieproces zijn prachtige definities geformuleerd en in de studies communicatiewetenschappen en communicatiekunde kun je er veel over te weten komen.
Het gaat er in ieder geval om dat de zender duidelijk kan maken wie, waar, wanneer, waarom, wat en hoe er iets gebeurt, voor wie zijn boodschap of mededeling bestemd is. Er moet een signaal overkomen bij de ontvanger.
Die ontvanger kan ook een hele groep mensen zijn. Bijvoorbeeld: een organisatie stuurt een persbericht (de boodschap) naar een groep ontvangers (de media). Een spreker op een podium houdt een inleiding voor een groep luisteraars…

Het is slechts een weet.
Communicatie, het gaat in ieder geval om u en ik, om jou en mij:

K om u n ik atie

Dit is weliswaar niet geschreven conform het ‘Groene Boekje’, maar toch…

_______________________
Marius van Westland, 7 december 2015
Reacties op mijn schrijfsels stel ik op prijs

Week van de liefde

Sochi-winnersDeze nieuwe week is gisteren al goed begonnen met een topprestatie ven onze Nederlandse schaatsers in Sochi. Olympisch goud, zilver en brons.  De popgroep ABBA zong het al in juli 1980: ‘The winner takes it all’. Sven Kramer en Ireen Wüst eisten het goud op, Jan Blokhijsen en Jorrit Bergsma respectievelijk zilver en brons. Niet zomaar, ze hebben er hard voor gewerkt. Met als klap op de vuurpijl drie Nederlanders naast elkaar op de podiumplaatsen 1, 2 en 3. Wat was er nog mooier voor hen dan ook dat blinkende metaal uitgereikt te krijgen uit handen van de koning?  Zoals bekend, is onze koning Willem-Alexander ook een sportman in hart en nieren.

Giraffe-MariusEr gebeuren helaas ook minder prettige dingen in deze wereld. Je hoeft het NOS-journaal of een actualiteitenrubriek maar aan te zetten en je krijgt het wereldnieuws in je huiskamer: Geweld in Syrië, een ontplofte vuurwerkbom in een voetbalkantine in Veendam met een dodelijk slachtoffer tot gevolg. Twee voorbeelden slechts van de honderden berichten, die dagelijks op ons afkomen. Wat een leed. Ook heel triest vond ik de beelden van de kerngezonde giraffe, die in een Deense dierentuin werd afgemaakt. De giraffe, 18 maanden oud, moest volgens de dierentuin wel dood, om inteelt te voorkomen. Ik begrijp dat het niet wenselijk is als er inteelt komt in een kleine giraffenpopulatie, maar ik vraag mij of sterilisatie van het dier geen optie was geweest. Echter, ik ben geen bioloog en kan het niet beoordelen. Het lukte het dierenpark ook niet de giraffe ergens anders onder te brengen. Het karkas van de jonge giraffe wordt nu gebruikt voor onderzoek en als voer voor carnivoren in het park. Veel mensen trokken zich het lot van de giraffe aan. Een petitie om hem te redden werd duizenden keren ondertekend. Het dier heette Marius, een naamgenoot nota bene.
Verschrikkelijk vind ik zoiets, ondanks alle argumenten die door de desbetreffende dierentuin naar voren worden gebracht. Beslist geen liefdevolle actie.

OlifantjeDeze week staat  in het teken van de liefde. 14 februari, a.s. vrijdag, is het de dag van de liefde, Valentijnsdag.  Tal van jonge stellen (of heimelijk verliefden) spannen zich dan extra in om hun ‘lief’ de liefde te verklaren. Vorig jaar schreef ik al een novelle over Valentijnsdag: Nooit meer Valentijn, dus dat ga ik niet dunnetjes over doen. Als je dat (nog eens) wilt lezen, hier begint de novelle, in 7 korte delen: Nooit meer Valentijn (1)

Ik wens jullie allemaal een fijne week!

_________________________________
Marius van Westland, 10 februari 2014
Reacties op mijn schrijfsels stel ik op prijs.

Foto‘s:
Giraffe: © Twitter
Meisje met olifant, van internet.
Fotograaf (voor mij) onbekend.

Related posts:
Gezonde giraf wordt geslacht in zoo van Kopenhagen
Wust gives dutch another gold medal