Mijn systeem

Het was al bijna middernacht
toen ik een uniek systeem bedacht
Om al mijn vrienden bij te praten
hou ik ze met mijn systeem in de gaten
zoals je weet ben ik gestructureerd
van jongst af aan heb ‘k dat aangeleerd
minuten, uren, ja soms dagen
zit ik me soms eens af te vragen
want zouden zij nu eigenlijk doen?
dat weet ik niet, met goed fatsoen.

‘k hou van structuur en evenwicht
en heb daarom ieder graag in zicht
soms wil ik ook bewust eens weten:
zijn zij mij ook niet soms vergeten?
ik stuur hen dan een mail, heel snel
het antwoord volgt vanzelf dan wel
Sommigen heb ik vaak aan de  telefoon
dat gaat vanzelf en is heel gewoon
ja, minutenlang ben ik soms aan ’t praten
dat heb ikzelf niet in de gaten

als ik aan t werk ben, of soms vrij
ontmoet ik ze weer en ben dan blij
Mijn vrienden ken ik allemaal
ik luister graag naar hun verhaal
Ja, ik gebruik soms Internet
met Skype en Facebook is ’t dikke pret
een sociaal netwerk is functioneel
soms gebruik ik het ontzettend veel
diverse vrienden ken ik niet zo goed
zij vinden ’t wel leuk, naar ik vermoed

een enkel contact raak ik soms kwijt
dat is iets wat mij eigenlijk niet spijt
een enkeling heeft een pseudoniem
in werkelijkheid heb ‘k ze nooit gezien
als ik bericht stuur en niets hoor
ja dan gaat ’t contact geheel teloor
wordt op een bericht nooit gereageerd
druk ik op ‘delete’, da’s niet verkeerd
vrienden onderhouden is best intensief
toch zijn ze me allemaal even lief

______________________________________________
© Marius van Westland, 28 januari 2016
– week  van de poëzie
Reacties op mijn schrijfsels stel ik op prijs

Meer informatie: Wikipedia: Systeem

De papieren kerstkaart

De kerstkaartentijd is weer aangebroken. Voor sommige mensen is dat helaas het enige contactmoment met de naaste familie: ‘Hee, een kaartje van tante Katrien. Ze leeft dus nog’.  Wellicht is zo’n aha-erlebnis een geschikt moment om bij jezelf na te gaan of je zelf wel eerder in het jaar enige tekenen van leven hebt gegeven richting tante Katrien.

Het versturen van -papieren- kerstkaarten staat al enkele jaren onder druk. Gewoon omdat er vandaag de dag via internet enorm veel mogelijkheden zijn om digitale kerstkaarten te versturen. Dat laatste is wel zo gemakkelijk en het kost eigenlijk weinig geld en moeite. Diverse aanbieders van digitale kerstkaarten doen goede zaken.  Het aantal webshops waarin je zelf je digitale kaart kunt aanmaken en verpersonaliseren, is flink gegroeid. Er bestaan ook  aanbieders, waar je ‘gratis’ een kerstkaart kunt bestellen. Uiteraard zit daar dan een addertje onder het gras, want behalve de zon is bijna niets gratis op onze aardbol, neem dat maar van mij aan. Met het versturen van een – zo’n  ‘gratis’  kerstkaart, krijgt de aanbieder tal van informatie over de verzender en de geadresseerde. Daar is het vaak om te doen, want dat biedt mogelijkheden om je in een later stadium een mailing te sturen om daarmee bijvoorbeeld wat drukwerk te kunnen slijten. Dat kan weliswaar tegenwoordig niet zomaar meer. ‘SPAM’ versturen mag niet, maar handige jongens vinden altijd wel mazen in het net.

kerstkaartIk hoor steeds van meer mensen om mij heen dat ze het onzin vinden om dit jaar weer kaarten te gaan versturen. Het geld dat je hieraan uitgeeft kun je beter aan en goed doel geven, is hun redenering. Daar zit een kern van waarheid in.
Toch versturen wij al jaren kerstkaarten en wij maken ze zelf. Gewoon omdat we al onze vrienden, familie en kennissen een hart onder de riem willen steken, hen te laten weten dat we ze niet vergeten zijn, bovendien  hopen we dat de geadresseerde onze  inspanning waardeert en dat de werkelijke betekenis van Kerst: ‘Jezus is geboren‘ nog weer even in herinnering wordt gebracht.

Mijn echtgenote beleeft veel plezier aan het creëren van die kaarten en soms lever ik daaraan ook mijn aandeel in de vorm van een foto of illustratie of domweg het maken van x- zoveel kopieën. Dat is dan wel weer leuk voor ‘Tante Pos’, want nog steeds zijn het toptijden – en ruime inkomsten- voor het postbedrijf in de decembermaand.

Bovendien, bedenk ik mij nu opeens: heel veel mensen beleven er enorm veel plezier aan om hun creativiteit vorm te geven om juist voor ‘tante Trien’ of ‘Ome Gerrit’ een op maat gemaakte kerstwens te versturen. Niet alleen wij, maar duizenden mensen maken al jaren dus hun ‘eigen’ kerstkaarten. Ze hopen erop dat de geadresseerden (familie, vrienden en kennissen), hen niet vergeten zijn en zij reiken hen dus  een persoonlijk boodschap aan. Ze zijn soms dagen aan het knippen, plakken, tekenen en vormgeven.  Dat kun je hen niet ontnemen. Velen zijn al in het begin van de herfst bezig om hun creatieve kaarten in elkaar te ‘knutselen’. Zelf stel ik ook zo’n gepersonificeerde kaart altijd op prijs.

Kerstwensen komen uit de Middeleeuwen, op het Europese vasteland werden er al houtsnijwerken met religieuze kerstuitbeeldingen aangeboden aan geliefden of kasteelheren. Het versturen van kerst- en nieuwjaars wensen komt eigenlijk uit de 19e eeuw. In 1843 maakte de Engelse tekenaar John Collcott Horsley de eerste kerstkaart met daarop de tekst:
‘A Merry Christmas and a Happy New Year to You’.

Naast het versturen van een fklink pakket kaarten aan vrienden en familie, ontvangen wij er meestal ook wel een flink aantal. Gisteren viel er een kaart bij ons – tussen diverse andere – in de brievenbus, waarvan de afzender ontbrak. Het is natuurlijk erg plezierig als je zo’n kaartgroet ontvangt, maar gissen naar de afzender blijft uiteraard een hele puzzel. Gelukkig is er dan tegenwoordig de ‘kracht’ van Facebook. Mijn eega plaatste een oproep met de strekking: ‘Wie heeft er een dergelijke kaart verstuurd, een kerstman op een rendier, afgestempeld in Rotterdam?’ Het antwoord kwam al vrij spoedig van een nicht uit het zuiden van het land: ‘Oeps dan vrees ik dat onze namen daarop moeten. Sorry die is dan van ons.’.
Ach, het geeft ook niet, want wij zijn heel blij met al die mooie en gemeende kerstgroeten en ook die ene kaart zonder naam, we zijn er erg content mee.

Ik houd het er gewoon op dat het in de haast vergeten is, want ook andere familieleden ontvingen dezelfde kerstgroet.
December is nu eenmaal een drukke tijd. En de les die de afzenders eruit kunnen leren?  Volgend jaar december niet vergeten:
Als je kerstkaarten verstuurt, is het wel handig om je eigen naam (namen) te vermelden.

__________________________________
Marius van Westland, 18 december 2015
Reacties op mijn schrijfsels stel ik op prijs.

Zender en ontvanger

Communicatie is een interactie tussen twee partijen, de zender en de ontvanger, zoals ze dat noemen. De zender heeft iets te vertellen (een boodschap) en de ontvanger gaat daar wat mee doen: luisteren, verwerken, terugkoppelen (feedback geven) en (eventueel) actie ondernemen. Over het begrip communicatie en het communicatieproces zijn prachtige definities geformuleerd en in de studies communicatiewetenschappen en communicatiekunde kun je er veel over te weten komen.
Het gaat er in ieder geval om dat de zender duidelijk kan maken wie, waar, wanneer, waarom, wat en hoe er iets gebeurt, voor wie zijn boodschap of mededeling bestemd is. Er moet een signaal overkomen bij de ontvanger.
Die ontvanger kan ook een hele groep mensen zijn. Bijvoorbeeld: een organisatie stuurt een persbericht (de boodschap) naar een groep ontvangers (de media). Een spreker op een podium houdt een inleiding voor een groep luisteraars…

Het is slechts een weet.
Communicatie, het gaat in ieder geval om u en ik, om jou en mij:

K om u n ik atie

Dit is weliswaar niet geschreven conform het ‘Groene Boekje’, maar toch…

_______________________
Marius van Westland, 7 december 2015
Reacties op mijn schrijfsels stel ik op prijs

Terugkeer naar Kaikoura (7)

Roman
Terugkeer naar Kaikoura (voorlopige werktitel/try-out)
Reacties zijn altijd welkom!

7. Vertrek

Twee jaar eerder…

Het blauwe water was vandaag grijzer dan ooit. De lucht was zwaar bewolkt, maar het was gelukkig droog. Laura had haar vaste stek opgezocht, een bankje, net aan het einde van de Hoofdstraat. Hier zat ze iedere vrijdag als ze uit school kwam.
De enige boom, die op een paar meter afstand stond, gaf weinig beschutting tegen de aanhoudende wind.Laura had haar fiets neergezet onder aan het talud en was een paar meter omhoog geklommen, tot ze op het wandelpad kwam. Daar stond het bankje, van waar ze kon uitkijken over de zee. Of de grijsblauwe lucht en het onstuimige zeewater haar gevoel versterkten wist ze niet, maar ze voelde zich vandaag verdrietig. De hele dag kon ze zich niet concentreren. De wiskunde werd een les, waarin alle getallen en formules duizelden, bij creatieve vorming kon ze op niet één zinnig idee komen voor de opdracht ‘groeiende planten in abstracte context’ en ze had maar wat gekrabbeld: een paar stengels met een blauwe en een zwarte uitloper. Zo voelde ze zich ook, zwart. Donkerder kon niet. Ze keek weer naar het water en probeerde te ontdekken of in de verte ook beweging was te zien. Toen ze hier voor het eerst zat, zag ze door de kleine verrekijker van haar vader het water bewegen en even later kwam de staart van een  grote vis tevoorschijn. Daarna verdween hij. Een paar dagen later had ze het weer gezien en ze was gaan navragen in het dorp. In het dorp wisten de mensen die hier al jaren woonden, alles wat er gebeurde. ‘Dat zijn de walvissen’ had mevrouw McGriffith van de kleine kruidenierswinkel gezegd. ‘Ze zijn hier altijd, in het seizoen dat ze naar het zuiden trekken om hun jongen groot te brengen.’ Mevrouw McGriffith had het adres en het telefoonnummer op een briefje geschreven van George Lansdale, die als receptionist bij de bootverhuur werkte. Hij kon vast wel een keer regelen dat ze mocht meevaren, als er ruimte was op de ‘Whale Explorer II’ George was een neef van haar.  Alle inwoners van het dorp hadden op één of andere manier wel een connectie met elkaar. Men leefde er van de horde toeristen die ieder jaar als vliegen op de stroop afkwamen. Het dorp werd dan overspoeld met buitenlanders, die allemaal een walvistocht van twee uur wilden maken. Iedereen deed dan goede zaken in het hoogseizoen, De B&B’s waren overvol, de vishandel verkocht krab, kreeft en gebakken vis, waarvan de prijzen zo’n 25% hoger lagen dan normaal.

[wordt vervolgd]  Lees verder in deel 8
Terug naar deel 6
(is nog concept)
______________________________________
© Marius van Westland, 30 oktober 2015
Reacties op mijn schrijfsels stel ik altijd op prijs.

Het verhalenhuisje

Verhalenhuisje-1

ik sta bij een huisje aan de zee
de wind neemt mijn gedachten mee
ideeën gaan en komen weer
ja, ik verlang naar meer en meer
alles wat komt, kan ook naar buiten
de wind speelt zachtjes, ‘k hoor haar fluiten
kom neem mij mee en laat me luist’ren
‘k hoor allerlei geluiden fluist’ren

de ramen open, frisse wind
een nieuwe lente, die begint
soms kan het huisje niet verhullen
dat nieuwe teksten mij omhullen
het huisje lijkt haast bijna leeg
ik luister ingespannen en ik zweeg
wat binnenkomt, kan ik niet vangen
soms zou ik daar wel naar verlangen

het huisje wordt gevuld met pracht
en zonlicht geeft ook nieuwe kracht
dit plekje is wat ik koesteren wil
het zet even mijn gedachten stil
dan komen plots nieuwe gedachten
ik weet niet wat ik mag verwachten
hier op deze mysterische plek
wil ‘k langer blijven, of is dat gek?

soms urenlang blijf ik hier staren
de zilte stromen komen tot bedaren
een momentje rust, een kort moment
wie is het die mijn gedachten kent?
laat rustig stromen deze morgen
hier laat ik achter al mijn zorgen
‘kom wind, kom water, neem mij mee’
het is hier heerlijk aan de zee

________________________________
© Marius van Westland, 21 oktober 2015
Een stukje proza
Reacties op mijn schrijfsels stel ik op prijs

Terugkeer naar Kaikoura (4)

Roman
Terugkeer naar Kaikoura (voorlopige werktitel/try-out)
Reacties zijn altijd welkom!

4. Lekkerbekkie

Alstublieft, één koffie, zei hij. Joost keek zenuwachtig keek uit het raam, daarna op zijn horloge en dwaalde met zijn blik onrustig in het rond. Ja, dit was een prima plek, dacht hij, een hoekje een beetje aan de kant, niet zo in ’t zicht. Zou ze komen? Stel je voor dat ze het als een grap had opgevat: Restaurant de Walvis. Toch wel een passende naam. De hele uitstraling had ook iets exotisch: grote kuippotten met varens, palmboompjes en rieten lampenkapjes. Nog net geen zeelucht, maar als hij zo met een schuin oog op het bord aan de muur keek, dan stonden er heel wat vissoorten op het menu. Het leek wel of je zo op een terrasje bij de haven zat. Aan de muur hingen posters van vissen en enkele netten waren sierlijk en schuin tegen het plafond bevestigd. De grote boei, in rood wit geschilderd, completeerde de hele entourage.

Uit een klein luidsprekertje kwam gezellige achtergrondmuziek, iets van Latijns-Amerikaans. Dat paste ook wel bij de sfeer, dacht hij. Net toen Joost zijn laatste slok koffie naar binnen werkte, gaf de klok 16.57 uur aan. Opeens ging de deur aan de voorkant van het restaurant open: een meisje in een lange mohairjas met daaronder donkerblauwe jeans stapte binnen, keek even rond en stapte resoluut naar de man die aan het tafeltje naast hem zat. Lust je een lekkerbekkie? vroeg ze kordaat, op de man af. Verschrikt liet de man zijn krant zakken, de sigaret viel bijna van schrik uit zijn mond en met groot opgezette ogen stamelde hij: Wat zegt u? een lekk…
O neem me niet kwalijk,
zei het meisje en nog voordat het gesprek verder ging, stond Joost op. Dat moest ze zijn. Laura?

Met een ruk draaide ze zich om. Ja, zei Joost jij moet denk ik mij hebben. Walvis eh.. ik bedoel… Nee, geen lekkerbekkie, maar Joost eh.. ja, het heet hier ‘De walvis’.. Hij was opeens helemaal van slag af. Dat was de afspraak: ze zou gewoon vragen: ‘Lust je een lekkerbekkie?’ Joost zou dan meteen antwoorden: ‘en jij bent een walvis zeker!’. Meteen bedacht hij zich: stom om zoiets af te spreken. dat was nu typisch weer iets voor hem. Weer te impulsief. Hij keek nog eens naar de beide mensen voor hem. De man naast hem had bedenkelijk zijn hoofd geschud keek nog even om en pakte zijn krantje weer op.

Laura stond nog steeds naar hem te kijken. Haar lange blonde haar golfde over haar schouders, ze lachte verlegen en zette een leren schoudertas neer naast de stoel tegenover hem. ‘Ga toch zitten’, zei Joost. Ze gooide haar jas en de lichtgroene sjawl over de stoelleuning van de stoel naast zich, zakte langzaam neer op de lege stoel en bleef even onbeweeglijk nadenkend zitten.

Ze keek net een paar seconden te lang in de richting van Joost, bedacht ze zich. Hee, jij ziet er best jong uit voor je leeftijd, zei ze. En voegde ze er aan toe: Laura, van Laurentine.
Nou okay Laura, ik ben dus Joost. Je hebt het gevonden. Heb je lang gezocht?
Nee niet echt, het was makkelijk te vinden, via de snelweg, dan nog even doorrijden, maar ‘k heb een tomtom, dus ik kan overal wel komen.
Ze pakte een klein pakje uit haar tasje, liet er een sigaret uitglijden en een aansteker floepte aan. Ze was duidelijk hypernerveus, misschien nog wel meer dan Joost.

Bezwaar? Nee hoor, zei hij, ga gerust je gang. Dit is het rokersgedeelte. Je kan beter een sigaretje opsteken dan met stress rondhuppelen. Trouwens, je ziet er best leuk uit. En om maar meteen met deur in huis te vallen…

[wordt vervolgd] Lees verder in deel 5
Terug naar deel 3

© Marius van Westland, 12 oktober 2015
Fictie.
Reacties op mijn blogs stel ik altijd op prijs.

Terugkeer naar Kaikoura (3)

Roman
Terugkeer naar Kaikoura (voorlopige werktitel/try-out)
Reacties zijn altijd welkom!


3. De Walvis

Wat vooraf ging:
Dick (tekenaar) en Joost (bouwadviseur), twee collega’s, gingen iedere week na afloop van het werk even samen wat drinken. Ze zaten te praten in ‘Het Vergulde Glas’, hun vaste stek en opeens kwam Joost, de eeuwige vrijgezel, met een bijzondere mededeling voor de dag: hij had een ‘date’ met een meisje. Dick, zijn collega was zeer benieuwd…

——————————————————–

VerguldeGlas--‘Hoe ziet ze eruit, hoe heet ze? Toch geen dom blondje hè?
Luister Dick,
zei Joost, je gelooft het nooit, het komt namelijk zo, een tijdje terug had ik me aangemeld voor zo’n dating-site. je weet wel, waarvan er ‘tig’ op het internet staan. Gewoon een beetje voor de aardigheid. Laat ik nou opeens contact krijgen met een meisje. Ik had op haar profiel geklikt, maar het was een plaatje van een walvis. Ik vroeg naar haar whatsapp  en toen kregen we beter contact. Ik mailde haar: ‘hee, visje, heb je in het echt ook zo’n vrijheidsdrang en weeg je echt een paar ton? Heb je een leuk staartje? Ben je ook ‘vinnig?’ Ach, het was maar een geintje. Toen kreeg ik meteen bericht van haar terug: Ik laat me niet zo gauw vangen hoor. Ik ben de vrijheid gewend. Ik zei weer: ‘Hou je van zwemmen dan? Of zit je op de wal, vis? Je begrijpt, van het één kwam het ander, ze wilde weten wat voor werk ik deed, telefoonnummers uitgewisseld en uiteindelijk hebben we afgesproken om elkaar ‘in real life’ te ontmoeten. Morgenavond, zei Joost, dan zie ik haar voor het eerst, we hebben afgesproken in restaurant ‘De Walvis’, je weet wel, dat ding daar vlakbij de snelweg, bij de Eikenlaan. Dat vond ik wel toepasselijk. En… ja Dick, ze is wel blond, maar om de dooie dood niet dom. Ze heet Laura.
De Walvis?…’
vroeg Dick? Wat moet je daar nu weer mee? Een heerlijk dikkerdje zeker. Wat heb je nou weer uitgespookt?
Nee, nu nog niets Dick, even afwachten maar. Het moet allemaal nog gaan gebeuren, morgen. Ja Dick
, zei Joost, nu maar hopen dat ze ook daadwerkelijk komt. Voor hetzelfde geld laat iemand het op het laatste moment afweten. Ik zal wel zien.

Het was zaterdagavond, nog maar half zes. Joost parkeerde zijn auto bij de oprit van ‘De Walvis’. Na enig zoeken had hij de afslag naar het restaurant bij de snelweg gevonden, waar hij met haar afgesproken had. Toch wel handig, bedacht hij, een neutrale plek, makkelijk bereikbaar en Laura moest vanuit het zuiden komen.

Toen hij het restaurant binnenging door de klapdeuren, zag hij aan diverse tafeltjes wat vroege gasten zitten. Het was nog net geen tijd voor het diner. Achter de bar was een jongen in een wit shirtje bezig glazen te spoelen. Joost keek snel rond en de jongen achter de bar zei: Goedenavond mijnheer, kan ik u ergens mee helpen?

Helpen, “nee hoor zei Joost beleefd, nee nu nog niet eigenlijk. Ik heb hier met iemand afgesproken. Mag ik daar wachten, bij dat tafeltje aan het raam? Ja hoor, uitstekend, bijna alle tafeltjes zijn nog vrij, behalve die twee gereserveerde daar, de 4- en de 6-persoons tafel. Wilt u alvast iets drinken? Vooruit, een kop koffie dan maar., antwoordde Joost. Nadat hij zijn jack op de decoratieve kapstok had gehangen, ging hij dan maar zitten. Het zag er in ieder geval leuk en sfeervol uit: zo’n stuk of achttien kleine tafeltjes, donkerblauwe kleedjes en gezellige rieten stoelen. Hij was hier vaak langsgereden, maar dit was eigenlijk de eerste keer dat hij hier echt binnenkwam. Hij keek om zich heen. Een tafeltje naast hem zat een man te lezen in De Streekkoerier, de plaatselijke avondkrant, een dunne sigaret bungelde in zijn rechtermondhoek. Vooraan in de zaak was geluid van theelepeltjes te horen, die op bordjes werden gelegd en even later kwam de kelner zijn richting op. Hij zette een glas bier op een viltje neer bij de man naast hem en kwam vervolgens op het tafeltje af waar Joost zat.

 

[wordt vervolgd] Lees verder in deel 4
Terug naar deel 2

© Marius van Westland, 5 oktober 2015
Fictie.
Reacties op mijn blogs stel ik altijd op prijs.

Blogger, schrijver, columnist