Een nieuw vriendennetwerk

HyvesOnlangs heb ik mij  aangemeld bij Hyves.nl. Veel jongeren – voornamelijk scholieren – houden al contact met elkaar op hyves, hoor ik zo links en rechts. Hyves is een snel groeiend vriendennetwerk op Internet. Uiteraard hoef je niet iedere dag met al je vrienden contact te houden (dat is ook onmogelijk) maar toch vind ik het wel leuk. Dus naast dit weblog, mijn mailadres, MSN Live Messenger en MSN Spaces ga ik me hier ook hier maar eens in verdiepen. Extra contactmogelijkheden dus, zou je zeggen. Persoonlijk vind ik ‘live’ contact, waarbij je de ander in de ogen kunt kijken, veel beter.

Hyves-2jaarEr wordt wel eens beweerd dat je vaak meer vrienden en bekenden hebt dan je beseft. Het is algemeen bekend dat ieder mens ongeveer een netwerk van maximaal 150-200 vrienden heeft, waarvan er circa 5 tot de ‘zeer naaste vrienden’ kunnen worden gerekend. Natuurlijk weten wij wel wie onze vrienden zijn, maar ook met degenen die ‘wat verder van je af staan’, is het goed om zo nu en dan eens contact te hebben. Hyves doet daar nog een schepje bovenop:. ‘Always in touch with your friends’. Continu in contatct blijven met je vrienden lijkt mij wat ‘overdone‘, om meteen maar bij hun Engelstalige slogan aan te sluiten. Toch maar eens zien hoe één en ander zich ontwikkelt. . De term ‘always’; (altijd, zonder einde), lijkt mij een gewaagd uitgangspunt. ‘Altijd’, dat heb ik vaker gehoord. Voor zolang als het duurt, denk ik dan maar. De enige die er altijd is, is God. Die is namelijk eeuwig. En de zon, die is er ook altijd (totdat God tot zijn einde besluit).
Hyves always? Ik kan niet in de toekomst kijken, maar voorlopig geef ik het netwerk hooguit 15 jaar. Dan zullen er heus wel weer nieuwe ontwikkelingen zijn. De rekenlineaal, waar mee ik mij leraar op de MTS driftig zag zwaaien, is ook vervangen door de elektronische calculator. ‘Jongens’, riep hij destijds. ‘Dit wordt de toekomst. Dit ding zul je altijd nodig hebben. Dit is niet uit de techniek weg te denken.’

img1502936773-vierkVan Hyves had ik natuurlijk wel eens van gehoord. Inmiddels bestaat hyves al meer dan twee jaar en hebben er zich al meer dan 2,4 miljoen mensen aangemeld. Ongeveer een jaar geleden vroeg iemand me om er ook lid van te worden, maar tja, dat heb ik destijd nog maar even uitgesteld. Nu schijn ik er niet meer aan te kunnen ontkomen. Na even oriënteren en puzzelen, heb ik me dus maar aangemeld en ja, waarachtig, het blijkt dat er meer mensen die ik ken bij Hyves zitten. Natuurlijk meteen al mijn vrienden en bekenden opgezocht. Ik ashley-hyvesnl-always-in-touch-with-your-friendsvond er meteen een stuk of acht, waaronder Suzanne, Ashley en Monique. Vanmorgen kreeg ik een berichtje terug van Monique (zie bovenste foto) dat ik ‘geaccepteerd’ werd en dat herinnerde me eraan dat we nog een afspraakje hebben staan voor een gezellig etentje ter gelegenheid van haar 18e verjaardag. Dus heb ik via Hyves maar gelijk weer even ‘aan de bel getrokken’. Ze heeft zich gevestigd op moni-missxx.hyves.nl

Voor degenen die wellicht verkeerde conclusies gaan trekken: Suzanne is de dochter van goede vrienden en zij studeert aan een HBO-opleiding in Breda.  Dus daarom maar even een mooi fotootje van haar op mijn blog geplaatst. Nou ja mooi, smaken verschillen uiteraard, maar dit (de onderste foto) is haar profielplaatje.
Wil je voortaan blogs van mij lezen op hyves? Ga dan naar mariusvw.hyves.nl/blog
Als het goed is, vind je daar ook dit verhaal.

___________________________________

©Marius van Westland, 26 oktober 2006
Reacties op mijn schrijfsels zijn altijd welkom.

Advertenties

Een herinnering, slechts even

Soms staan mijn gedachten even stil bij toen
en denk aan jouw liefde,  aandacht en jouw zoen
ik ‘glijd’ terug naar die korte tijd
het lijkt welhaast een innerlijke strijd

Naar die momenten terug gegleden:
ach, het is al zoveel jaar geleden
jouw glimlach, zachte woorden en geduld
blijven gefixeerd, in nevel gehuld

Wij gaven toe aan onze onbesuisde wil
alles was heel teder, maar ook pril
het verlangen was er naar mij, naar jou
die tijd was heerlijk, we trotseerden de kou

Misschien wat ’t een kortstondige gril?
het begon nog voor de maand april
even wens ik jouw arm weer om mijn heen
ik voelde de warmte en was niet alleen

Ik zet een rem op mijn gedachten
altijd bij jou, was wat ‘k verwachtte
toch ging je weg, het hield geen stand
‘teveel verschil’, zegt mijn verstand

mijn gevoel zegt echter nog veel meer
ik denk aan de ontmoeting bij dat meer
toch had je ’t eerder moeten zeggen
mij de waarheid over ‘die ander’ uitleggen

het blijft een puzzel, ik laat het nu gaan
mooie momenten blijven als herinnering staan
we slenterden dromerig, zij-aan-zij
soms denk ik: was er misschien wat mis met mij?

die beelden zijn nu bijna vervaagd
had ik teveel van je gevraagd?
ons geluk bleek van korte duur
een gedachteflits, uitdovend vuur

Ik denk terug aan strand, hei en de zee
in mijn herinnering neem je mij weer mee
genieten leek een eeuwigheid
het is lang vervlogen, ja wat is ‘tijd’?

Opeens wil ik daar niet meer aan denken
alleen wat de toekomst mij zal schenken
maar vergeten, nee dat kan ik niet
ik druk het weg, mijn stil verdriet

Het was toen ook, begin van mei
ik weet ’t nog goed: wat was ik blij
maar jou terug, dat kan nooit meer
die ander biedt jou vast veel  meer…

Soms, af en toe, laat ik een kleine traan
ik hou ’t niet tegen, laat het maar gaan
dan hoop ik echt op betere tijden
als kleine druppels van mijn wangen glijden

______________________________________________
© Marius van Westland, 1 mei 2003
Melancholische herinnering …
Reacties op mijn schrijfsels stel ik altijd op prijs.
_______________________________________________
Opnieuw gepubliceerd, 21 februari 2014
op: Facebook: Marius van Westland

Twin towers

TwinTowersZo aan het eind van het jaar, komt er meestal een moment waarop je even terugblikt. Eén van de meest schokkende gebeurtenissen, is die wel van 11 september jl. Door de Amerikanen ‘Nine-eleven’ genoemd.
Een zwarte dag in de Amerikaanse geschiedenis, maar wellicht ook in de wereldgeschiedenis. Ik weet nog goed dat ik ’s middags thuiskwam uit werk en de eerste beelden van de aanslag op de televisie zag. Eerst dacht ik: ‘Dat is een spannende film, ze hebben er wel een prachtige stunt van gemaakt.’ De realiteit bleek echter maar al te snel. Wat ik zag gebeuren was zeer ernstig en onvoorstelbaar! De media hebben er bol van gestaan de laatste TwinTowers2tijd, dus ik hoef hier niet alles toe te lichten. Honderden onschuldige mensen – in de vliegtuigen, in de Twin Towers en op de grond, vonden de dood. Ik wens de nabestaanden – die nu zeker nog zullen rouwen om hun geliefden en het jaar 2001 nooit meer zullen vergeten – veel kracht toe om dit verlies te kunnen verwerken. Ik hoop van harte dat er veel mensen, die omgekomen zijn, hun vertrouwen op Jezus hebben gesteld, die nu tot in alle eeuwigheid bij hen is. Ook voor mijzelf geldt, zeker als ik sommige beelden nog terugbekijk, dat deze gebeurtenis onuitwisbaar in mijn geheugen staat gegrift. Ik hoop dat we in het nieuwe jaar 2002 nooit meer van dergelijke verschrikkelijke gebeurtenissen zullen moeten meemaken. De spanning in de wereld stijgt, maar ik hoop dat mensen hun rust en vertrouwen zellen stellen op Degene, die echt rust, vrede en blijdschap geeft.

___________________________________________
Marius van Westland, 27 december 2001
Reacties op mijn schrijfsels stel ik op prijs.

Lolita

Lolita‘Lolita, mijn levenslicht, mijn lendevuur. Mijn zonde, mijn ziel. Lo-lie-ta: de tongpunt daalt drie treden het gehemelte af en tikt bij drie tegen de tanden. Lo. Lie. Ta. Ze was Lo, gewoon Lo, als ze met haar één meter vijftig ’s ochtends met één sok aan stond. Ze was Lola in een lange broek. Ze was Dolly op school. Ze was Dolores als ze ergens haar naam onder zette. Maar in mijn armen was ze altijd Lolita.’

Dit is de beroemd geworden openingszin van de roman ‘Lolita’
Het werd gekozen op plaats 5 van de American Book Reviews lijst van beste openingszinnen.

Lolita (Russisch: Лолита) is een roman van de Russisch-Amerikaanse schrijver Vladimir Nabokov die in 1955  in het Engels werd gepubliceerd. Het duurde tot 1967, dat het boek verscheen in een door Nabokov zelf vertaalde Russische uitgave. Lolita werd in 1962 met veel succes  verfilmd door Stanley Kubrick en in 1997  nogmaals door Adrian Lyne.

Lolita vertelt de geschiedenis van de gecultiveerde literaire wetenschapper Humbert Humbert, een doorsnee persoon, die als een blok valt voor Lolita, het 12-jarige nymfachtig dochtertje van zijn hospita. Om haar in zijn macht te krijgen trouwt hij met de moeder. Als deze echter achter zijn intenties komt raakt ze in shock, wordt in haar paniek geschept door een auto en overlijdt. Humbert vertrekt vervolgens per auto met Lolita uit het dorp waar ze wonen. Ze reizen van motel naar motel en er ontspint zich een relatie tussen hen, ook seksueel. Niets lijkt Humberts geluk meer in de weg te staan. Lolita blijkt echter een eigen wil te hebben en bevecht gaandeweg het boek steeds meer haar eigen geluk. De rest van de inhoud, zal ik hier maar niet vertellen.  In dat geval kun je het boek beter ophalen bij de bibliotheek en het gaan lezen.
Remember_december‘Als je het boek niet kent’, zeggen sommigen, ontbreekt er iets aan je ‘literaire opvoeding’.  Lolita is vanaf het moment van publicatie in 1955 een controversiële roman geweest, niet alleen vanwege het manisch-erotische perspectief van Humbert, maar met name ook vanwege de leeftijd van Lolita. Inmiddels is het boek de schandaalsfeer echter ruimschoots ontstegen en wordt het door critici beoordeeld op zijn literaire merites. Velen van hen rekenen het tot het beste wat de literatuur van de twintigste eeuw heeft voortgebracht. Op wikipedia en op boekensites is veel over Nabokov’s roman te vinden.

_________________________________________
Marius van Westland, 15 februari 2001
Reacties op mijn schrijfsels zijn welkom!

‘Altijd’ duurt slechts even

Gedachten over Elsie Wagemans**
– Dertig jaar later –

November 2000
Bij het opruimen van een oude stapel documenten, die ik in de loop der jaren heb bewaard, trof ik opeens weer jouw brief  aan. Het is een soort ‘afscheidsbrief”, die een abrupt einde maakte aan onze verkering. Zestien lentes jong was je, ik net negentien jaar oud.  Ik vouwde het inmiddels gerafelde papier – een handgeschreven brief –  open en herlas de tekst. Zo had ik dat ook dertig jaar geleden gedaan en jouw brief in mijn persoonlijke dagboekje opgeborgen, samen met jouw foto.  Dertig jaar, wat vliegt de tijd.  Opeens staan alle beelden mij weer glashelder voor ogen.  Zeven maanden lang deelden we lief en leed, vooral lief. Met allerlei toekomstidealen en plannen om onze relatie nog intenser te maken…

November 1970
Het is nog vroeg op de avond. Al een tijd heb ik rusteloos heen en weer gelopen en nu ben ik gaan zitten. Op bed. Zomaar, bovenop de donkerbruine overtrek. Mijn knieën heb ik opgetrokken, mijn armen erom heen gevouwen en mijn hoofd rust op mijn knieën. Mijn gedachten dwalen alle kanten op.  Ze schieten als bliksemschichten onvast heen en weer. Het lukt me bijna niet om het sombere en melancholieke gevoel, dat me lijkt te overweldigen, van mij af te schudden. Het maakt niet uit dat ik naakt ben, met alleen een badjas om mij heengeslagen. Vanmorgen vroeg begon het na de ontvangst van jouw brief, met een blik op de kalender.  Die datum, het onbestemde gevoel, het zou mij nog tijdenlang bijblijven. Ik keek naar de deur. Nee, ik keek niet alleen, ik staarde gefascineerd naar de deur en ontdekte dat ik in het ‘niets’ keek en mijn blik bevroren was. Ik betrapte mezelf op het wegstoppen van een onbestemd gevoel. Die deur bleef gewoon op zijn plaats, maar ik hoopte dat hij open zou gaan en dat jij er zou staan. Tevergeefs, het was een irreële, onwerkelijke gedachte. Opeens zijn ze er weer: de herinneringen, de beelden. Ik denk weer aan jou. Jij, die vlak naast me was, hier op deze zelfde plek, op mijn slaapkamertje op de tweede etage van mijn ouderlijk huis hier aan de Zeevaardersweg** .
Ik hoor het je nog heel duidelijk zeggen Elsie**:  ‘Voor altijd, Marius’.  ‘Ik hou van jou’.  Een rekbaar begrip. ‘Altijd’ duurde slechts kort. Nog geen zeven maanden. ‘Altijd’,  je had het beloofd, terwijl wij elkaar diep in de ogen keken. De ontgoocheling kwam eigenlijk pas dagen na het ontvangen van je brief.  Ik meende je goed te kennen, maar het was wellicht een illusie. Had je het mij niet persoonlijk kunnen zeggen? Kon je dat niet aan? Eigenlijk had je totaal geen idee van mijn gevoelens, mijn gedachten, mijn verlangens. Jouw interesse was een tijdelijk fenomeen. Een kortstondige aandacht. Je vroeg niet eens waarom ik mijn studieplannen wilde wijzigen. Ik werkte bij een kleine machinefabriek, maar je wist niet exact  wat mijn visie voor de toekomst was. Ik had het niet gesignaleerd. Ik was blind. Tijdelijk blind.

Augustus 1970
Wat een heerlijk uitstapje was dat altijd:  de Dinterveldse heide**.  Daar gingen we geregeld op zondagmiddag heen op de fiets.  Het ene weekend was ik bij jou in Hoogland**, het andere weekend wachtte ik jou op bij de trein in  Leidschenvelde**. We lachten en reden hand in hand over het smalle zanderige paadje tussen de heide.  Ook die zondag in midden augustus. Daar, waar geen fietspad meer was, liepen we driehonderd meter naar rechts, lang de bosrand. Dat was ons vaste plekje, in een zandkuil tussen de heidestruiken. Daar waren we alleen, daar waren we samen. Ik keek lachend naar je hoe je je achterover liet vallen en je armen uitspreidde. Ik lag naast je en we kusten elkaar. Mijn handen schoven onder jouw lichtblauwe blouse en vonden je behabandje. Ik maakte het los en schoof je bloesje omhoog. Je stribbelde niet tegen. ‘Ho wacht even Marius’, zei je een keer, ‘het kriebelt op mijn rug.’ Een heidestruik. ‘Lieverd, ik leg even onze jassen eronder’, antwoordde ik terug, terwijl ik snel het een en ander uit de fietstassen sleurde.
 ‘Ik vind het fijn Marius om zo dicht bij je te zijn, maar mijn vader mag hier echt niets van weten’, fluisterde je ‘want anders is het huis te klein. Hij zou woedend worden. Want hij zou nooit willen dat we zover gaan met elkaar en hij denkt dat we het alleen bij wat vluchtige zoenen houden’. Jouw handen zochten wat onzeker hun weg achter mijn broekriem, terwijl je zachtjes zei: ‘ik wil je voelen, Marius, ik hou van je. Wees niet bang, maar mijn vader zou nooit goedkeuren dat we nu al …’
Ik hielp je bij het losmaken van mijn broekriem. Wat waren we onwennig en ‘klungelig bezig’ destijds, maar we waren stapelverliefd. Jouw lippen bedekten de mijne en die middag leek een eeuwigheid te duren. We hadden niet in de gaten dat de muggen uit het vennetje onze bezwete voorhoofden al gauw gevonden hadden. Toen we aan het eind van de middag weer thuis kwamen voor het avondeten en ze zagen onze door muggen ‘bewerkte’ gezichten, konden we niet anders zeggen dan: We hebben een tijd bij een meertje gezeten, maar niet in de gaten gehad dat we gestoken werden. Voor jou was het nog erger, want je hebt nog een week met al die muggenbulten gelopen. We konden alleen onszelf maar de schuld geven.

November 1970
Opeens die brief. Toen was het abrupt over. Om hem en je studie. Om jouw eigen vragen. Dat had ik pas later in de gaten. Dertig jaar geleden is het nu, maar het lijkt als de dag van gisteren. De vragen die blijven, maar worden nooit beantwoord. Was ik het niet waard? Had ik niet alles gegeven, mijn binnenste voor je ontsloten? Mijn diepste geheimen toevertrouwd? Mijn verlangens gefluisterd? Jouw afwezigheid kort nadat ik je brief had ontvangen, maakte me opeens bewust dat iets er niet meer was.  Het was kapot, gebroken. Het komt niet meer terug, dat wat er was. Het is reëel. Het is verleden tijd, want ik ben -net als jij nu al jaren getrouwd en gelukkig. Toch lijkt het alsof ik mij vastklamp aan iets wat nooit realiteit meer kan worden. Voorbij, voor altijd. Alleen de herinneringen blijven.

Ik kijk door de spleetjes van mijn ogen en zie de donkere waas van mijn wimpers. Mijn ogen zijn betraand. Enkele tranen rollen naar beneden. Ik laat ze lopen, over mijn wangen. Ik proef de lichte zoute smaak van een druppel op mijn lippen. Het geeft niet. De gordijnen voor me hangen nu stil. Het zachte waaien is opgehouden. Een stilte voor een moment…

November 2000
Opeens ben ik dertig jaar terug in de tijd. Ik zie mij nog zo zitten. Mijn schouders voel ik zachtjes op en neer schokken. Het lijkt alsof een sombere grijze wolk voorbij drijft. Niemand die me hier ziet. Niemand die een hand om me heen legt. Ik kijk naar de wapperende kleurige gordijntjes bij het zolderraam, dat op een kier openstaat.  Het zachte avondlicht strijkt naar binnen en probeert balans aan te brengen. De buren aan de overkant van de straat, hier aan de Zeevaardersweg**, kunnen mij niet zien. Ze weten niet dat ik hier zit, alleen. De koele avondwind van die novembermaand liet de gordijnstof zachtjes heen en weer bewegen. Die gordijnen, die we eens voorzichtig sloten, toen we hier samen wilden zijn. Ik sluit mijn ogen nu helemaal en ruik weer de geur van je parfum. Het was zo tastbaar, liefde, geluk, passie. Ik voel bijna weer je slanke armen om mijn schouders en de woorden die je fluistert.

Augustus 1970
Ik hoor het je zeggen: ‘Je bent zo mooi lieve Marius en ik wil je altijd bij me houden’. De zoete geur van je adem en je mooie ogen. Heel dicht bij waren ze. Ik voelde jouw kracht, geborgenheid en veiligheid. Het maakt me gelukkig. Jouw handen, die me zacht omhelzen en over de naden van mijn overhemd strijken. Jouw handen, die… Jouw handen, die ontdekten, die de mijne omklemmen. Mijn hoofd, die tegen jouw schouder ligt en je hand die zachtjes streelt.  Ik voel hoe je mijn schouders, mijn buik en mijn borst aanraakt.  Mijn handen, die rusteloos hun weg zoeken en die je vastklemmen.

Hoe intens en lang we hebben gezoend – en nadat we ruim vijf maanden samen waren – ook gevreeën. Jouw vingertoppen, die zachtjes mijn wangen aanraakten en jouw lange haar, waarin ik met mijn handen woelde. Ja, helemaal gaf ik me en mijn verlangen was dat dit een eeuwigheid zou duren. Heerlijk, dat je ook gewoon rustig tegen mij aanlag,  jouw vredige zachte glimlach, die telkens weer een warm gevoel bij mij lieten ontkiemen. Minutenlang heb ik naar je gekeken, toen je ontspannen lag te slapen. Nu lijkt het een baken op een pad, dat nooit werd afgewandeld. Het blijft er staan. Een week er na ons laatste weekend samen was het abrupt voorbij.  Ik zie je nog op het perron van station Hoogland** staan . Een laatste blik langs de vertrekkende trein en een vluchtige knik.

November 1970
Opeens kwam je brief. Ik kon het niet begrijpen, Daarna werd het stil in mij, tot de werkelijkheid steeds doordringender mijn gedachten binnenkwam. Toen kwam de pijn, het verdriet. Ik wilde het niet geloven, ik zag nog uit naar een wending. Wat een aversie heb ik onbewust tegen jouw vader gekregen. Want ergens, diep in mij, wist ik dat het niet jouw eigen wil, maar jouw vaders wens was, om onze relatie te beëindigen.

April 1970
Vaders wil is wet. Zo ging dat bij jullie in het gezin. Intuïtief voelde ik iedere keer weer aan dat hij datgene wat wij samen hadden, niet kon appreciëren.
Het begon al meteen de eerste keer dat ik bij jullie thuis kwam:  een aanvaring over mijn muziekkeuze. ‘The Beatles, die komen hier niet in huis’, had hij nadrukkelijk gezegd. Bovendien voegde hij ongevraagd meteen zijn persoonlijke mening er achteraan. ‘Duivels. Muziek komt uit een zuivere of uit een duistere bron‘ zei hij en ‘The Beatles horen in die laatste categorie thuis.’
Mijn argument dat er honderdduizenden jonge mensen naar muziek van The Beatles luisterden, legde hij zonder meer naast zich neer, zonder daarover na te denken of daarover van gedachten te willen wisselen. ‘Bier drinken is niet verstandig en dat horen wij als christenen niet te doen’, hoorde ik twee weken later uit zijn mond. Hij had van jou vernomen dat ik af en toe wel eens een pilsje dronk. Zoals zoveel jongens van mijn leeftijd dat deden. Ik kende mijn tax en ben maar één keer dronken geweest. Maar dat was pas jaren later in gezelschap van Therese**, ergens in de negentiger jaren. Roken keurde hij eveneens af.  ‘k rook nauwelijks, één pakje halfzware  Javaanse Jongens in de veertien dagen’, meldde ik ‘én ik inhaleer niet. Dan ga ik hoesten’.
Elsie
** hield ook niet van de rokerslucht, maar ze heeft het nooit resoluut afgekeurd, al heeft ze later wel eens gezegd dat ik beter kon stoppen.

November 1970
Ja, het was heerlijk, die korte tijd  – zeven maanden lang – dat we verkering hadden. Ik had me vastgeklampt. Vastgeklampt aan de verwachting, de toekomst. Een toekomst die een heel andere richting kreeg. Na jouw woorden: ‘ik weet niet of ik echt wel van je houd’, had ik verbijsterd naar jouw brief gekeken en vol ontkenning nee geschud. Het was in schrille tegenspraak met wat je eerder had gezegd. Die woorden op het papier klonken kil en drongen eerst niet door. Maar ze troffen me als hamerslagen. Het deed pijn, ongelofelijk veel pijn en het verscheurde me van binnen. ‘Nee’, hoorde ik me nog schreeuwen in gedachten. Dat kan niet. Waarom? Je hebt mij. En ik heb jou! Ik weet nog hoe ik mijn vuisten dagenlang had gebald.
Tijdens mijn dagelijks werk op de tekenkamer van de kleine machinefabriek waar ik werkte, leek het alsof jouw portretfoto steeds weer voor mijn ogen kwam.
Ik herinner me nog dat ik thuis op de muur sloeg, op de tegelwand van de badkamer, toen mijn tranen tegelijk met het douchewater wegstroomden, samen met het geluid van verdriet, dat ergens ver weg uit mijn binnenste kwam. Het had geen zin. Er was niets te winnen. Ik was niet sterk genoeg, dacht ik. Ik verlangde naar jouw aanwezigheid. Maar dat verlangen bleek zo broos, een gedachte, een punt op een lange levensweg. Een weg die ik daarna langzaam een poos alleen heb gelopen. Ik kijk in mijn gedachten achterom. De nieuwe toenadering of een ommekeer van je besluit is nooit gekomen.  Geen haastige stap om me in te halen en te zeggen: ‘wacht Marius, ik heb mij toch vergist..’

December 1970
“Marius, je moet nu toch echt wat eten’.
Mijn moeder stond op de drempel van mijn slaapkamer. In haar handen een bord met andijviestamppot.  Ze had het in de gaten, dat ik de laatste drie weken alleen maar stilletjes voor mij uitkeek en nauwelijks wat at. Nee ik was niet ernstig ziek, maar zo voelde het wel. Er is ook een naam voor die merkwaardige ziekte: ‘ludeveduh’. Het gaat wel weer over.
Naast slecht slapen en weinig eten, waren mijn gedachten heel ergens anders. Gelukkig, het sleet, maar aan het eind van het jaar, waarin je overdenkt wat er allemaal gepasseerd is, ga je wel met tollende gedachten over de grens. Op weg naar de toekomst.

November 2000
Met jouw brief weer in mijn handen, realiseer ik mij opnieuw:  jouw armen zijn nu ‘voor altijd’ bij jouw Patrick** en ik weet dat je gelukkig bent. Je man is een zorgzame echtgenoot en jullie kinderen kunnen trots op je zijn. Eind jaren zeventig en begin tachtiger jaren hebben we sporadisch wel weer contact gehad. Jij was getrouwd, ik ook.
Weer zo’n flash-back. Onverwacht. Ja, ik wacht en kijk rond. Waarnaar eigenlijk? De zakdoek die ik in mijn hand omklemd houd, is nat. Hij droogt weer op… ik weet het.  De gordijnen zijn al jaren geleden weggehaald. Nieuwe bewoners hebben ze vast vervangen. Het huis, waar ik aan je dacht, daar woon ik al jaren niet meer. En jij, na je stage in het verpleeghuis  Dabitola** in Amsterdam ging je verder, aan het werk in de zorgsector. Ook aan je korte relatie met Leo ten Caval** kwam een eind en leerde je Patrick Niersink** kennen. Met hem ben je in het huwelijksbootje gestapt. Je bent in Hoogland** blijven wonen en samen met Therese** heb ik jou en Patrick** nog enkele malen opgezocht. De laatste jaren is ons contact verwaterd. Je verjaardagsdatum, 3 maart, zal ik niet vergeten, lieve Elisabeth Alida W**.

Ik kijk naar mijn handen. ‘Ooit’, denk ik dan, ‘was er pril geluk en jouw handen hielden de mijne vast.’ Die handen hebben twee nieuwe handen gevonden. Voor jou. Voor mij. Nieuwe onvoorwaardelijke liefdes hadden zich aangediend. En ik ben super gelukkig met Therese**, waarmee ik na een verkering van nauwelijks een jaar, in oktober 1975 in het huwelijk trad.

‘Altijd’ is een heel moeilijk woord: altijd. Altijd duurt slechts even.

Langzaam ben ik toen opgestaan. Mijn badjas gleed geruisloos van me af, op de grond. Ik liep naar de douche… Ja ik wilde lang, heel lang onder de douche staan en ‘voor altijd’ alles van me af laten stromen…

** De echte namen, straat- en plaatsnamen zijn om privacyredenen gewijzigd.
* Het was de bedoeling om deze terugblik in twee of drie gedeelten te schrijven, maar uiteindelijk vond ik dat alles bij elkaar hoorde

© Marius van Westland , 23 november 2000
Reacties op mijn schrijfsels zijn altijd welkom.

Blogger, schrijver, columnist